Challenge of the week: let op je woordkeuze

Wist jij dat je taalgebruik een enorme impact kan hebben op je eigen mindset en op die van je collega’s? Bepaalde woorden roepen gevoelens op en hebben een negatieve uitwerking als gevolg, zonder dat we het zelf door hebben. Deze week gaan wij jou uitdagen om de volgende woorden te vermijden: Maar, proberen en moeten. 

Door het woord ‘maar’ te gebruiken ontkracht je de boodschap. ‘Je doet je werk erg goed, maar je zou beter kunnen communiceren.’ Alles wat vóór de komma staat vervalt wanneer je ‘maar’ gebruikt. Wil je een positieve boodschap overbrengen, eindig dan met het positieve deel: ‘Je zou beter kunnen communiceren, maar je doet je werk erg goed.’ Wij vermijden zo veel mogelijk het woord ‘maar’ en gebruiken liever ‘ja en’ dan ‘ja maar’. Dit geeft blijk van denken in mogelijkheden.

Dan het woord ‘proberen’. In dit woord schuilt een kans van falen: het lukt of het lukt niet. Een deel van je collega’s kan afhaken als je dit woord gebruikt. Je benadrukt je onzekerheid over wat je gaat zeggen. Wij gebruiken: “ik ga dit doen”. En heb in je achterhoofd: Ik kan het! Dat is al het halve werk.  

Een ander woord waar wij elkaar zelf op aanspreken binnen Energy Up, is het woord ‘moeten’. Moeten is per definitie negatief, omdat het suggereert dat we iets niet willen. Dat het ons verplicht wordt en dat we het liever niet doen. We noemen dit een negatief geladen woord. In plaats van “moeten”, gebruiken wij het woord ‘mogen’ of ‘willen’.

Jij MOET dit echt PROBEREN, MAAR ….hahaha. Succes met de challenge.